Impressie Symposium 16 april 2012 

Is het enkel de enkel?



Uit het hele land zijn ze naar het zonnige Lunteren gekomen: podoposturaal therapeuten, fysiotherapeuten, podotherapeuten, podologen, bewegingstherapeuten, een gemengd gezelschap.
Met een veelbelovend repertoir aan sprekers en een prachtige locatie, congrescentrum de Werelt, zijn de verwachtingen hooggespannen.

Is het enkel de enkel? Dat is de centrale vraag, vandaag 16 april,
op het OPGen symposium.

Door: Christina van Oord, MSc



BIJKOMENDE KLACHTEN BIJ ENKELBANDLETSEL

Bas Pijnenburg

Het is niet de eerste keer dat we Bas Pijnenburg als spreker tegenkomen op het symposium van het OPGen. Pijnenburg is orthopedisch chirurg, gespecialiseerd in sportorthopedie. Als het om de enkel gaat zijn we bij hem aan het juiste adres. Zowel in praktijk als in onderzoek heeft hij ruime ervaring met enkelletsel.

Enkelbandletsel wordt vaak onderschat en onderbehandeld. Onbehandeld laten van enkelletsel geeft geen mild beloop. Maar ook van de patiënten die wel behandeld worden, blijft een derde zitten met restklachten. Enkelbandletsel komt vaak niet alleen; gelijktijdig met of als gevolg van het enkelbandletsel is er meer aan de hand: bijkomend letsel.
Reden te meer om aandacht te geven aan het diagnosticeren en behandelen van (recidief) enkelbandletsel.

DIAGNOSTICEREN VAN ENKELBANDLETSEL

Direct na trauma is diagnosticeren van enkelbandletsel vaak niet zinvol; de enkel is teveel gezwollen. Sluit op dat moment slechts ander letsel uit. Een week later is enkelbandletsel vrij eenvoudig vast te stellen met de volgende drie testen:
• Laterale enkel is blauw;
• voorste schuifladetest;
• palpatie ATFL (anterior talofibular ligament).

WAT IS DE MEEST EFFECTIEVE BEHANDELING?

Veel mensen die behandeld zijn voor enkelletsel houden restklachten. Pijnenburg onderzocht welke behandeling het beste resultaat laat zien. Eerst in de literatuur middels een meta-analyse. Zijn resultaat: opereren geeft het beste resultaat bij enkelletsel. Gips is de meest slechte behandeling die je geven kunt; dit resulteert in een stijve enkel waar je niets meer mee kunt.

Later onderzocht hij ook het lange-termijn effect van behandelingen bij patiënten in de kliniek. Patiënten die 6-11 jaar geleden aan hun enkel waren geopereerd werden opgeroepen en de huidige toestand van hun enkel werd onderzocht.

De voorste schuifladetest werd gedaan. Gekeken werd hoe het was met giving way: het gevoel voor stabiliteit in de enkel, naar restklachten en pijnklachten. Weer bleek dat patiënten die geopereerd waren er het best vanaf te komen.

OPEREREN, DE OPLOSSING?

Puur naar het effect gekeken, kan men zich afvragen waarom opereren dan verhoudingsgewijs weinig gedaan wordt bij enkelbandletsel. Het belangrijkste bezwaar tegen opereren is praktisch van aard. De infrastructuur laat niet toe dat iedereen met enkelklachten geopereerd wordt.  Daarbij komt dat opereren hogere kosten meebrengt en de herstelperiode langer is waardoor patiënten langer wegblijven op hun werk.
Alle gevallen van enkelletsel opereren is geen reële optie. Wel is het mogelijk patiënten die de enkel dagelijks zwaar moeten belasten, zoals atleten en mensen met zwaar lichamelijk werk, operatief behandeld worden.

BIJKOMEND LETSEL

Enkelbandletsel komt vaak niet alleen; gelijktijdig of als gevolg ontstaat vaak ander letsel:

ENKELFRACTUUR
Met behulp van de Ottawa regels is een fractuur in twee stappen uit te sluiten:
1. Controleer of de patiënt meer dan vier stappen kan lopen.
2. Palpeer de achterzijde van de laterale malleolus; geeft dit pijn?
Kan de patiënt meer dan vier stappen lopen en is palpatie niet pijnlijk? Dan is er zeker geen sprake van een fractuur. Is dit niet het geval, dan moet een foto gemaakt worden. Deze regels zij zeer functioneel gebleken en kunnen het aantal röntgenfoto met wel 40% reduceren.

CHRONISCHE INSTABILITEIT
Instabiliteit is een veelvoorkomend gevolg van enkelbandletsel. Definitie van chronische instabiliteit: meer dan drie maal per jaar de enkel verzwikken en niet op oneffen terrein kunnen lopen.

Trainen van de propriocepsis verbetert de stabiliteit. Geeft dit onvoldoende resultaat dan kan een operatie uitkomst bieden. De beste operatie is het inkorten van de enkelband.

OSTEOCHONDRALE (OCD) LESIES
De beste behandeling voor een OD haard (osteochondritis dissecans) is een debridement. Ook worden dan kleine gaatjes geprikt in het onderliggende botweefsel. In de literatuur vind je nog andere behandelingen besproken maar Pijnenburgs ervaring is dat deze geen beter resultaat geven dan debridement.

AVULSION OF THE FIFTH METATARSAL BASE
SYNDESMOSELETSEL
Syndesmoseletsel wordt niet altijd herkend, vaak lost het zich op door de bracebehandeling van het enkelbandletsel. Is er echter op de röntgenfoto een vergrote gewrichtsspleet zichtbaar, dan moet deze behandeld worden. Onbehandeld laten van syndesmose letsel leidt tot vervroegd artrose.

FRACTUUR IN LATERALE PROCESS VAN DE TALUS
Ook een fractuur in de laterale process van de talus wordt vaak over het hoofd gezien. Met moet zich realiseren dat wanneer de patiënt veel pijn heeft, er wat aan de hand is. Ook al is er op het eerste gezicht misschien niet wat te zien.

FRACTUUR OF PROCESS ANTERIOR CALCANEUS
Dit geldt ook voor de fractuur van de process van de anteriore calcaneus. Dit is zeer pijnlijk maar wordt vaak over het hoofd gezien.

ENKEL IMPINGEMENT
Enkel impingement kan ontstaan na eerder letsel. Operatief is het goed te behandelen, maar er zijn ook conservatieve mogelijkheden.

SAMENVATTEND

Diagnostiek en het kiezen van de juiste behandeling is bij enkelletsel erg belangrijk. Houdt de enkel na letsel goed in de gaten. Zes weken na de operatie moet een patiënt pijnvrij kunnen belasten, hoewel de enkel nog wel dik kan zijn. Wees kritisch bij abnormale verschijnselen na een operatie.



MINDER IS MEER

Marieke de Haan
Het voetenwerk zit Marieke als het ware in de genen. Al sinds 1994 werkt zij bij het familiebedrijf Podocentrum Noord te Amsterdam. Begon ze in 1994 als pedicure, inmiddels is zij medisch pedicure, podotherapeute en podoposturaal therapeute en doceert zij aan de Academie Louman te Amsterdam.

Marieke spijkert het publiek bij over zolen volgens de methode van Bourdiol en laat aan de hand van een duidelijke casus het effect van de kleine podoposturale elementjes zien.
De relatie tussen de stand van de voeten en de houding staat centraal in de leer van Bourdiol. Zelf ontdekte hij deze relatie op de ski’s, hij merkte een afwijking naar rechts. Zijn skileraar kwam met de eenvoudige oplossing: de sluiting verstellen. Dit zette Bourdiol aan het denken; hoe kan een zo kleine verandering het effect hebben dat hij weer recht kon skiën?

Bourdiol beschrijft drie voettypes, die gekoppeld zijn aan een houdingstype:
• De pes planus: de houding bij een pes planus typeert zich door een hypotone spierspanning en een type dat niet per se hoeft te bewegen.
• De pes cavus: in tegenstelling tot de pes planus kenmerkt deze houding zich door een hypertone spierspanning en een type dat graag wil bewegen, gemakkelijk door zijn klachten heenloopt en bang is op den duur niet meer te kunnen bewegen.
• De pes rectus: dit is de rechte voetstand, passend bij een normale, goede houding.

Voor Marieke is het antwoord op de congresvraag duidelijk. Is het enkel de enkel? Nee. Een podoposturaal therapeut kijkt altijd verder dan de voet, naar de houding. Een diagnose alleen is niet genoeg. Wat is de oorzaak? Is deze te vinden in de houding hoger in het lichaam?


 

CAD-CAM BINNEN ZOOLVERVAARDIGING

Chris Kroezen en Ger Oosterhof, Fishergroep
Een heel praktisch verhaal was dat van Chris Kroezen en Ger Oosterhof. De hele zaal keek mee hoe zij een zool moduleerden op basis van een ingeladen voetscan. Oosterhof ontwikkelde op basis van de moduleersoftware Rhinocerus een softwarepakket om zolen te moduleren.
 
Ger en Chris tonen hoe gemakkelijk het werkt:
1. Kies een grondzoolpatroon in de juiste maat;
2. projecteer de ingeladen voetscan hierop;
3. kies een element uit één van de elementenbiobliotheken;
4. pas het element aan op de juiste maat.
Het systeem blijft zo dicht mogelijk bij de handmatige vervaardiging. Digitaal zijn allerlei aanpassingen mogelijk die van de basiszool een individuele zool maken. Uitsparingen, variseren of valgiseren met flexibel aantal graden, met een druk op de knop is het te realiseren. Ondertussen kan het resultaat in allerlei posities worden bekeken.

De hoeveelheid elementen in het systeem is enorm. Er zijn aparte bibliotheken voor podoposturale therapie, registerpodologie, podotherapie en orthopedie.
Ook ontwikkelde Fishergroup een bijbehorend CAM(computer aided manufactoring)-systeem. Dit vervangt de freesmachine. Afhankelijk van de behoefte zijn verschillende systemen te verkrijgen.

Het systeem is een investering, maar levert ook wat op. Tijdwinst bijvoorbeeld; meer tijd voor patiënten, andere werkzaamheden of jezelf. Maar ook gezondheidsrisico’s nemen aanzienlijk af. Schuren en lijmen horen nou eenmaal niet tot de meest gezonde werkzaamheden.

Chris gaat in op de kosten van het systeem en laat zien dat de fiscus allerlei regelingen heeft bedacht die het voor de ondernemer aantrekkelijk houden om te investeren; denk bijvoorbeeld aan KIA (=kleinschaligheidsinvesteringsaftrek).


 

SAMENWERKEN AAN EEN DYNAMISCH LOOPPATROON


Trea Hillebrink
Trea is Cesar oefentherapeute. Haar motto: bewegen maakt fit. Haar interesse voor oefentherapie werd gewekt door een belevenis in haar jeugd. Trea was als tiener fanatiek sportster. Ze kwam met een blessure te zitten en kreeg van de specialist te horen: stop met sporten, neem rust en we kijken later verder. Het resultaat: geen verbetering en een drastische verslechtering in conditie. Zeer frustrerend voor de jonge Trea: ‘Dit moet anders kunnen!’.

In haar praktijk helpt Trea patiënten met klachten door te letten op hun gaan en staan. Aan de hand van de Ganganalyselijst Nijmegen beoordeelt zij de gang van de patiënt. De lijst is een effectief hulpmiddel om afwijking in de gang zichtbaar te maken. Om dit te illustreren bekijken we samen een aantal filmpjes bij verschillende casussen en vullen de lijst in.

Ook in haar eigen praktijk werkt Trea met video-opnames. De patiënt loopt op de loopbaan waarbij de houding gefilmd wordt. Juist op filmpjes is het mogelijk verschillende afwijkingen te ontdekken, het is immers niet eenvoudig om alles in één keer goed te zien. Samen met de patiënt bekijkt Trea de filmpjes. Dit is ook erg illustrerend voor de uitleg aan de patiënt. Aan de hand van het filmpje geeft Trea de patiënt een oefening. Een kleine verandering in houding heeft vaak al een groot resultaat.

Ze onderscheidt twee soorten oefeningen. De voorwaardescheppende oefeningen: oefeningen die op de plaats uitgevoerd kunnen worden zoals stabiliteits-, kracht-, en coördinatie-, en proprioscepsistrainingen. De andere vorm van oefeningen  is het motorisch leren, waarin de oefeningen ingebed zijn in dagelijkse activiteiten van de patiënt; bijvoorbeeld sport, gym of buitenspelen op school, werk, lopen.

Voor Trea staat de patiënt centraal. ‘Werk vanuit hulpvraag patiënt.’ Ook samenwerken met andere specialisten in het veld is belangrijk; ‘Weet wat de andere hulpverlener te bieden heeft zodat je de patiënt kunt helpen de juiste hulpverlener te kiezen.’ Trea roept op te kijken wie de zorgverleners bij u in de buurt zijn en wat u voor elkaar kunt betekenen.

Trea’s motto is: bewegen maakt fit. Iets wat heel duidelijk naar voren komt in haar laatste filmpje. Als we allemaal maar 23,5 uur per dag zouden TV kijken, werken, slapen of computeren, en de rest van de dag zouden bewegen, zouden we met z’n allen een stuk gezonder zijn!


 

PIJNLIJK RELEVÉ BIJ DANSERS: NIET ENKEL DE ENKEL!

Boni Rietveld
In zijn lezing leren we Boni niet alleen kennen als orthopedisch chirurg, maar ook als bekwaam musicus. Deelnemers krijgen een stukje te horen van zijn cd. Lucia Bouma ontvangt als eerste een cd van hem, als dank; door haar inspanning is Boni nu aanwezig op het symposium.

Dansers en musici zullen zich er thuis voelen; het Medisch Centrum voor Dansers en Musici. Er is een kleine studio ingericht en de behandelruimte is voorzien van een speciale dansvloer met spiegels. Op de piano wacht een klein trompetje om bespeeld te worden. Het trompetje waarmee Boni ons nu laat kennismaken in een life minioptreden.

Dansers zijn een bijzonder soort patiënt, die een bijzondere behandeling vereist, aldus Rietveld. Zeg een danser nooit te moeten stoppen met dansen; dan ben je je patiënt kwijt. Tegelijkertijd is de danser een erg prettige patiënt; zeer gemotiveerd om te oefenen en beter te worden.

Dansen vraagt het uiterste van het lichaam en wel het meest van de onderste extremiteiten. Dat is terug te zien in de cijfers: veel blessures aan voet, enkel en knie. Beperkingen in beweging die de gemiddelde Nederlander niet opmerkt, zijn een hindernis voor de dansen. Bijvoorbeeld bij het relevé; dit vereist maximale plantairflexie in de enkel. Is er een bewegingsbeperking, dan veroorzaakt dit een pijnlijk relevé.
Maar dit wordt niet veroorzaakt door enkel de enkel! Het relevé vereist ook een maximale dorsale flexie in de grote teen. In zijn lezing laat Rietveld zien wat de oplossingen zijn voor een pijnlijk relevé.


 

HET VERWIJDEREN VAN BEENDOMINANTIE BIJ TOPSPORTERS

Bert Bouwer
Bert is handbal. Maar ook nog veel meer. Hij was onder meer aanvoerder van het Nederlands Handbal Herenteam. Hij was bondscoach van het nationale damesteam van Nederland en later ook van Japan. Op dit moment is hij directeur van NL Coach. Ook is hij coördinator van de technische staf van de afdeling scheidrechters betaald voetbal van de KNVB
Handbal is een dynamische sport met veel richtingsveranderingen, contactmomenten en weerstand van buitenaf. Houding speelt hierbij een cruciale rol. Trainen voor een goede houding kan het verschil maken tussen winnen en verliezen. Dat zag Bert Bouwer. Door zijn trainingsprogramma begeleidde hij het Nederlandse damesteam van een onbeduidende plek naar de wereldtop.

Bert ontdekte de beendominantie toen hij begon met coachen van het Nederlandse damesteam. Op dat moment trainde het team 6 uur per week en de resultaten waren onbeduidend. Hij bouwde op naar 23 uur trainen per week en ontwikkelde een trainingsprogramma. Hierbij letten hij en anderen op welke bewegingen veel voorkwamen in de sport zodat deze gericht getraind konden worden.

Bouwer kwam erachter dat er een dominantie is in het been dat gebruikt wordt. Veel blessures ontstaan door beendominantie. Wanneer één been sneller en sterker is, wordt bij een aanval dat been gebruikt, al moeten hiervoor de benen kruizen. Dit geeft een onstabiele houding waarbij de speelster gevoeliger is voor enkel- en knieblessures.
Een team dat weinig traint, kan geen aandacht geven aan een voorkeursbeen. Spelers spelen binnen het team vaak op eenzelfde positie spelen (links of rechts), werken spelers in hun spel vaak één kant op. Het gevolg: één kant wordt meer belast dan de andere kant, één kant wordt ook meer getraind dan de andere kant. Dit geeft de speler een zwakke plek. Hij heeft een zwakke kant in de verdediging, maar ook in de aanval. Een richting waarin een minder grote stap gemaakt kan worden Hierdoor is hij minder stabiel, en bijgevolg gevoeliger voor blessures. Ook vergroot een voorkeursbeen de belasting voor dat been. Bij springen wordt bijvoorbeeld altijd met dat been afgezet en geland; een grote belasting voor de enkel. Samen met anderen is Bert gaan zoeken naar trainingen die hem konden helpen. Van Ajax tot in Japan. Het trainingsprogramma werd opgekrikt naar 23 uur per week en hij ontwikkelde looptraining, krachttraining en beendominantietraining, en dat allemaal gamerelated. Stabiliteit in het bovenlichaam werd getraind, de bewegingen moesten uit de benen komen want Bert begreep, met zijn team moest hij het hebben van snelheid en wendbaarheid.
Wetenschappelijk bewijzen kan Bert zijn programma niet. Wel pleit het resultaat van de ploeg voor hem: op wereldniveau ging de ploeg van de 28e naar de 10e plek. Inmiddels heeft Nederland 40 profs in het buitenland.

SCHOENEN

Een ander probleem in de handbalwereld: de schoen. Hij ziet een groot verschil in schoenen onder de spelers, het aanbod is lastig. Nog steeds is Bert op zoek naar de handbalschoen. Grip is heel belangrijk. Ook moet de schoen wanneer hij op de zijkant landt vanzelf wat verbreden. Daarbij komt dat er verschillende vloeren zijn, het is altijd een combinatie van schoen en zool.

Wat Bert bereikt heeft in zijn carrière wijdt hij aan zijn nieuwsgierigheid. Altijd op zoek zijn naar hoe het beter, anders kan. Wat hij geleerd heeft en ons mee wil geven: ‘Als we doen wat we altijd doen; krijgen we wat we altijd kregen.’



FIGHTING FOR SUCCES

Arnold Vanderlyde

Fighting for succes! Een toepassende afsluiting van deze dag. Want als ondernemer komt het je niet altijd aanwaaien. En juist in tijden van tegenwind, moet je blijven staan in je eigen kracht, moet je vechten voor je succes. Fighting voor succes, iets wat Arnold in zijn leven heeft geleerd, zowel letterlijk als figuurlijk. Dat heeft hem gemaakt tot wat hij nu is en dat wil hij graag met ons delen.

Voormalig bokser Arnold Vanderlyde groeide op in het Limburse Sittard. Een gemakkelijke jeugd had hij niet. Hij kampte met een laag zelfbeeld dat hem door anderen werd aangepraat. Sport was therapie voor hem. Hier kreeg hij positieve energie, werd het beste in hem naar boven gehaald.
Hij leerde vechten voor zijn succes. En hij werd succesvol. Drievoudig Europees kampioen en driemaal Olympisch brons staan op zijn naam. Veel belangrijke wedstrijden heeft hij gewonnen. Maar ook belangrijke wedstrijden verloren.

Nu geeft Arnold trainingen in het bedrijfsleven. De overeenkomst met sport is voor hem duidelijk. Vecht voor succes, blijf staan in je kracht, juist in tegenslag. Houdt de winning mood vast. ‘Zolang je in beweging bent is de kans dat je geraakt wordt het kleinst’. Dit geldt voor ieder als persoon maar ook als hulpverlener.

Sleutel tot succes als hulpverlener is de VIP spirit: vertrouwen, integriteit en passie. Een nadenker die Arnold meegeeft: ‘Je kunt pas integer zijn als je ook integer bent naar de persoon die er niet is. Dat geeft vertrouwen bij de personen die er wel zijn.’

Fighting for succes maakt ons the winning team.


 
Alle gegevens onder voorbehoud
Omni Podo Genootschap.
Standaardsite gemaakt met website software van Ziber | Webdesign SdH Vormgeving